CorporatieGids - Gebiedsvernieuwing vraagt om luisteren, verbinden en samen vooruitkijken, Bram Hendriks en Marloes Reijnders
Gebiedsvernieuwing raakt aan veel meer dan stenen, straten en verduurzaming alleen. In wijken waar leefbaarheid onder druk staat, komen vraagstukken rond wonen, gezondheid, veiligheid, ontmoeting en bewonersbetrokkenheid nadrukkelijker samen. Dat vraagt van corporaties dat zij niet alleen projecten uitvoeren, maar eerder en beter leren luisteren naar wat er in de wijk speelt. CorporatieGids.nl sprak daarover met Sociaal Ontwerpers Bram Hendriks en Marloes Reijnders van SeederDeBoer en Hieroo: “Succesvolle gebiedsvernieuwing begint bij het verbinden van de kennis van bewoners, medewerkers en lokale partners.”
Gebiedsvernieuwing vraagt om een aanpak die dicht bij het dagelijks leven van bewoners blijft, begint Bram het gesprek: “Zeker in wijken waar de leefbaarheid onder druk staat, komen steeds meer opgaven samen. Het gaat om wonen, gezondheid, veiligheid en ontmoeting. De corporatie kan daarin veel betekenen, maar kan het niet alleen. Gebiedsvernieuwing biedt daarom een kans om eerder vooruit te kijken. Vastgoedprojecten hebben vaak een duidelijke technische planning, terwijl bewoners vooral kijken naar wat de verandering betekent voor hun woning, straat en dagelijks leven. Als je hen pas betrekt wanneer veel keuzes al vaststaan, blijft er weinig ruimte over om werkelijk invloed uit te oefenen en voelt participatie al snel als een verplicht onderdeel aan het einde.”
Perspectieven serieus nemen
Wat gebiedsvernieuwing volgens Marloes complex maakt, is dat een wijk bestaat uit een gemeenschap met een eigen geschiedenis, onderlinge relaties en bestaande initiatieven: “Iedere partij beschikt over een deel van de kennis, mogelijkheden en invloed. Goede gebiedsvernieuwing begint daarom bij het erkennen dat bewoners, corporaties, gemeenten en maatschappelijke partners elkaar nodig hebben. Bewoners weten vaak goed wat hun buurt nodig heeft, terwijl maatschappelijke organisaties en lokale ondernemers weer andere kennis en mogelijkheden meebrengen.”
“Een voorbeeld waarin wij samen met organisaties, bewoners en initiatieven werken aan gezamenlijke wijkvraagstukken is de Werkplaats van Feijenoord. Hier brengen we verschillende organisaties samen om beter te begrijpen wat er nu speelt in de wijk en wat nodig is voor de toekomst. Momenteel werken we met partnerorganisaties aan de mentale en fysieke gezondheid in de wijk Feijenoord in Rotterdam. Dat is een vraagstuk dat de grenzen van individuele organisaties overstijgt, maar waar organisaties wel een belangrijke rol in hebben te spelen. Door deze samenwerking te organiseren, kun je bijdragen aan oplossingen die bestaande projecten versterken, maar vooral bijdragen aan bredere systeemverandering waar je elkaar voor nodig hebt.”
Bram vult aan: “Dat vraagt dan ook om uit te zoomen van een afzonderlijke organisatie en samen te kijken naar wat een wijk als geheel nodig heeft. Een mooi voorbeeld waar dat goed lukte, was een plein in Den Haag Zuidwest waar Haag Wonen aan werkte. Bewoners ervoeren daar overlast en er was weinig ruimte voor ontmoeting. Door bewoners, de corporatie, de gemeente en de GGD bij elkaar te brengen, ontstond een gezamenlijk beeld van wat er speelde en welke verbeteringen mogelijk waren. Bewoners bleven betrokken bij de uitvoering, het vertrouwen groeide en mensen spraken elkaar vaker aan. Daardoor was er uiteindelijk minder inzet vanuit de corporatie nodig.”
Gezamenlijk beeld
Een goede aanpak begint volgens Marloes dan ook bij een gezamenlijk beeld van de wijk: “Vastgoed, wonen, sociaal beheer en communicatie kijken ieder vanuit hun eigen vak naar hetzelfde gebied, maar voor bewoners bestaan die afdelingen niet. Zij ervaren één wijk en één corporatie. Als afdelingen langs elkaar heen werken, krijgen bewoners verschillende boodschappen of raken belangrijke signalen onderweg verloren. Daarom is het belangrijk om al die perspectieven vanaf het begin bij elkaar te brengen. De fysieke verandering en het dagelijks leven in de wijk horen vanaf de start bij hetzelfde gesprek. Zo voorkom je dat losse projecten allemaal hun eigen richting volgen en wordt gebiedsvernieuwing een gezamenlijke organisatieopgave.”
Gedeelde route
Op de vraag hoe je daar als corporatie mee begint, zegt Bram: “Structuur betekent geen dichtgetimmerd plan, maar een gedeelde route die houvast geeft. Je spreekt af welke stappen je doorloopt, wie wanneer betrokken is en op welke momenten je keuzes maakt. Ook maak je duidelijk wat al vaststaat en waar nog ruimte is voor invloed. Tegelijk moet je blijven kijken en luisteren naar wat er in de wijk gebeurt. Nieuwe behoeften en ideeën kunnen onderweg ontstaan. Daarom helpt het om regelmatig de wijk in te gaan, kleine stappen uit te proberen en samen te bespreken wat werkt. De kunst is om complexiteit niet weg te organiseren, maar verschillende perspectieven en belangen zichtbaar te maken en te vertalen naar concrete vervolgstappen.”
Leerproces
SeederDeBoer en Hieroo helpen corporaties om gebiedsvernieuwing als leerproces in de wijk te organiseren, legt Marloes uit: “De wijk verandert en het vak verandert mee. Bij SeederDeBoer en Hieroo werken we al jarenlang met woningcorporaties. We kennen de praktijk in de wijk en begrijpen hoe beleid, besluitvorming en verschillende afdelingen daarop inwerken. Daarbij nemen we het vraagstuk niet over, maar bouwen we voort op het vakmanschap van medewerkers. Met ons leer- en innovatieprogramma MeeMakers werken zij vanaf het begin aan een actueel vraagstuk uit hun eigen wijk. Medewerkers gaan de wijk in om te begrijpen wat er speelt, brengen bewoners en partners samen en ontwikkelen oplossingen die zij direct in de praktijk testen. Daarbij combineren we sociaal ontwerp, community building en veranderkunde. Zo ontstaat beweging op een concrete opgave en groeit tegelijk het vermogen van de organisatie om toekomstige vraagstukken zelf aan te pakken. We bieden MeeMakers zowel aan als innovatieprogramma voor corporaties en als training voor professionals. In beide vormen bouwen we voort op het vakmanschap dat al aanwezig is. De kennis en ervaring blijven waar zij de meeste waarde hebben: bij de medewerkers, bewoners en de corporatie.”
Samen richting geven
“De vraagstukken in wijken worden complexer en raken steeds meer domeinen tegelijk,” sluit Bram af. “Daardoor wordt het vermogen van corporaties om verschillende perspectieven, organisaties en belangen bij elkaar te brengen steeds belangrijker. Ook bewonersbetrokkenheid verandert. Bewoners worden steeds belangrijker als bron van kennis over de wijk en als partner bij het maken van keuzes. Dat betekent dat corporaties hen eerder in het proces moeten betrekken, op het moment dat er nog ruimte is om samen richting te geven. Voor medewerkers vraagt dat om vaardigheden als luisteren, signalen vertalen naar een gezamenlijke opgave, belangen verbinden en samenwerking organiseren. Het vak ontwikkelt zich daarmee van vooral reageren op wat er gebeurt naar eerder zien wat er nodig is en samen in beweging komen. Het vak verandert, maar het vakmanschap blijft de basis.”
Geplaatst door CorporatieMedia op CorporatieGids.nl