Albert Visscher en Guido Kilsdonk zwaaien af als partners van SeederDeBoer & Hieroo
Twintig jaar bouwen. En dan loslaten.
Albert Visscher en Guido Kilsdonk zwaaien af als partners van SeederDeBoer & Hieroo. Het is geen abrupte breuk, maar wel even een moment van stilstaan. Bij wat er is gebouwd, bij wat er is geleerd en bij wat het vraagt om ruimte te maken voor de volgende generatie.
Weg van de corporate logica
Albert en Guido leerden elkaar kennen bij Ernst & Young Consulting dat later werd overgenomen door Capgemini. Ze stonden op het punt partner te worden toen de overname roet in het eten gooide. De partnerpoort ging dicht, een andere functie kwam ervoor in de plaats.
Toch bleven ze in eerste instantie hier. Om te ervaren en om te ontdekken wat er allemaal wel mogelijk was binnen zo’n groot systeem. Maar, de regels, de procedures en de hiërarchie knaagde. Net zoals het managen van managers.
“Het vak stond niet meer centraal,” klinkt het. En dat is juist wat zij zo belangrijk vinden.
Bij SeederDeBoer vonden – en maakten – ze een plek waar het vak weer voorop stond. Geen groei om de groei, geen geld als doel op zich, maar kwaliteit. Samen bouwen en zelf aan de knoppen zitten, met oprichters René Seeder en Pieter de Boer.
Geen individueel succes, maar collectief vakmanschap
Wat ze aantrok, is ook wat ze probeerden te verankeren in de organisatie. Geen individuele supersterren of een cultuur waarin iedereen wordt afgerekend op eigen targets. “Als we het doen, doen we het samen.”
Dat collectieve denken zit diep. Succes is van iedereen, maar tegenslag ook. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar dat is het niet. Zeker niet in een advieswereld waar individuele omzet en persoonlijke profilering vaak leidend zijn.
Daarbovenop kwam een tweede anker: vakmanschap. Consultant ben je niet om trucjes te herhalen. Consultant ben je om te leren, om jezelf te ontwikkelen en om beter te worden in je ambacht.
Die overtuiging kreeg vorm in het Junior Consultant Traineeship, dat Guido heeft geïntroduceerd. Destijds was dit een gedurfde stap. Een high-end advieskantoor dat bewust jonge mensen aannam en intensief ging opleiden. En dat in crisistijd. Met honderden sollicitaties op een enkele advertentie. “We waren het eerste adviesbureau met zo’n traineeship,” vertelt Albert.
Wat begon als experiment, groeide uit tot de ruggengraat van het kantoor. Een groot deel van de huidige partners en leiders begon daar. Zij hebben zich de afgelopen jaren kunnen ontwikkeling tot de consultants van vandaag.
Kernwaarden die niet in een la belandden
Al vroeg, in een sessie met de toenmalige maatschap, werden de kernwaarden van SeederDeBoer geformuleerd. Opvallend is dat die kernwaarden twintig jaar later nog steeds hetzelfde zijn. Nooit herschreven of gladgestreken. “Wat we toen opschreven, leven we nog steeds”, benadrukt Albert.
Deze kernwaarden ‘ken jezelf’, ‘zorg voor de ander’ en ‘betere omgeving’ werden het fundament. Dat fundament kreeg later een nieuwe dimensie met de stap naar B Corp en de ontwikkeling van Hieroo. De maatschappelijke oriëntatie zat er altijd al in, maar werd explicieter.
Groeien doet schuren
Albert en Guido hebben in de afgelopen twintig jaar veel fases meegemaakt binnen SeederDeBoer. Twintig jaar is geen rechte lijn omhoog. Rond de vijftig collega’s stokte de groei. “Hier zat een knelpunt. We werkten zo nauw samen dat familiepatronen zichtbaar werden”, vertelt Albert.
Wat in een klein kantoor charmant en verbindend is, wordt in een groter geheel soms belemmerend. Dus de maatschap ging zelf aan de slag. Onder begeleiding op zoek naar hun eigen scripts en hun eigen patronen. Kwetsbaarheid werd geen zwakte, maar voorwaarde om door te groeien.
Leiderschap kreeg een andere kleur. Ze gingen minder sturen op inhoud alleen en kregen meer aandacht voor gedrag. Voor wat er tussen mensen gebeurt. Dat is misschien wel hun belangrijkste les: verandering begint bij jezelf. Wie bereid is eigen aannames en patronen te onderzoeken, creëert ruimte. Voor anderen en voor groei.
Van eigenwijs naar effectief
SeederDeBoer stond lang bekend om zijn eigenzinnigheid. In aanbestedingen schreven ze rustig dat de vraag van de opdrachtgever niet de juiste was. “Principieel, maar niet altijd even handig”, zegt Guido.
Maar de markt veranderde. De publieke sector werd belangrijker en aanbestedingen werden onvermijdelijk. Dat vroeg aanpassing, meer structuur en daarbij meer discipline.
Dat was geen gemakkelijke stap voor de maatschap. Het betekende namelijk ook eigen normen tegen het licht houden. Hoe bewegen ze mee in de nieuwe markt, zonder de eigen visie uit het oog te verliezen?
Die balans tussen eigenheid en professionalisering typeert de afgelopen jaren. Van boetiek naar volwassen organisatie, zonder het hart eruit te snijden.
Altijd vooruitkijken
Wat opvalt in hun verhaal is de constante drang om vooruit te lopen. Zo werkten we bij SeederDeBoer al digitaal toen dat nog uitzondering was. Alles zat volledig in de Cloud, lang voordat het mainstream werd. “Daardoor konden we snel schakelen tijdens corona, omdat de basis al stond", vult Guido aan.
Die digitale, vooruitstrevende houding kwam niet vanuit technologie-enthousiasme, maar vanuit behoefte. De organisatie had behoefte aan flexibiliteit, onafhankelijkheid en wilde overal kunnen werken.
Diezelfde vooruitblik zien Albert en Guido nu bij kunstmatige intelligentie. Het adviesvak verandert. Kennis wordt toegankelijker en rapporten zijn sneller geschreven. Maar juist dan wordt vakmanschap belangrijker. Kun je kritisch duiden? Onderscheiden wat klopt en wat niet? Kun je de menselijke kant van transformatie begeleiden?
Hun overtuiging is helder: “de toekomst vraagt om consultants die én technologie begrijpen én mensen daarin kunnen meenemen.”
Op tijd loslaten
En dan komt het moment van afscheid.
Voor Albert voelde uittreden lang als synoniem voor pensioen. En pensioen als synoniem voor stilstand. Achter de geraniums. Dat beeld moest eerst kantelen.
Maar, hij kreeg een nieuw inzicht: “dit is geen einde, maar een nieuwe start. Dit is ruimte maken voor een volgende generatie en erkennen dat leiderschap op je zestigste anders is dan op je tweeënveertigste.”
Guido verwoordt het nuchter: “na twintig jaar is het gezond om te stoppen. Voor jezelf en voor het kantoor. De energie en scherpte van het begin mag veranderen.” Eerst gaat Guido zijn pad met SeederDeBoer rustig loslaten, dan pas zal hij opnieuw kiezen wat zijn vervolgstap is.
Wat blijft
Wat blijft, is een kantoor dat gebouwd is op samenwerken, op vakmanschap en maatschappelijke relevantie.
Wat blijft, is een generatie consultants die is opgeleid met aandacht en intensiteit.
Wat blijft, is het besef dat groei nooit alleen over cijfers gaat, maar altijd over mensen.
Albert Visscher en Guido Kilsdonk laten geen leegte achter, maar een stevig fundament. Een fundament dat ongetwijfeld de organisatie houvast geeft in deze nieuwe tijden.
En een opdracht aan de volgende generatie: bewaak de kern, maar blijf bewegen.
Twintig jaar bouwen. En dan loslaten. Dat is misschien wel de meest volwassen vorm van leiderschap.