Actueel

image

Wat kan Max Verstappen ons leren over besturen?

Max Verstappen, voor wie dit is ontgaan, is zonder twijfel de meest talentvolle autocoureur die Nederland heeft voortgebracht. Op 17-jarige leeftijd en dus niet in het bezit van een rijbewijs, wist hij vorig jaar te imponeren door in de Formule 1 (de Eredivisie van het autoracen) met de grootste race-kampioenen mee te rijden. Twee weken geleden zorgde hij op 18-jarige leeftijd voor een sensatie door, debuterend voor het Red Bull Formule 1 team, de Grand Prix van Spanje te winnen. Hij is nu de jongste coureur ooit die een Formule 1 race gewonnen heeft.

Dat wij van Max Verstappen iets kunnen leren over besturen lijkt dus evident, maar wat kan hij ons vertellen over het besturen van organisaties?

Voor het antwoord op deze vraag moeten wij een kijkje nemen in de cockpit van een Formule 1-auto. Wat dan gelijk opvalt is de afwezigheid van een snelheidsmeter. In iedere auto die in Nederland op de weg rijdt zit (verplicht) een snelheidsmeter, maar in de sport waar alles draait om snelheid ontbreekt vaak een kilometerteller.

Wat op eerste oogopslag vreemd lijkt, is in tweede instantie wellicht toch heel logisch. Er geldt geen maximumsnelheid op een racecircuit. Het doel is altijd zo hard mogelijk te gaan. De exacte snelheid is dan niet meer relevant. Formule 1 teams en coureurs zijn gedurende een Grand Prix weekend bezig het maximale uit de auto te halen, de snelheid is hiervan een afgeleide. Het is niet belangrijk hoe snel je rijdt, het is alleen belangrijk te weten of het nog sneller kan.

Performance management zonder KPI’s!

Het dashboard van een Formule 1 auto is de belangrijkste informatiebron voor een coureur om te bepalen of het sneller kan. Zeker nadat recent is besloten het radioverkeer tussen de teams en de coureur aan banden te leggen, waarbij de insteek is dat de coureur zelf verantwoordelijk is voor zijn eigen wedstrijden en dus zelf keuzes moet maken. Het dashboard van een Formule 1 auto geeft dus vooral antwoord op de vraag of het sneller kan. Het geeft bijvoorbeeld aan of de motor niet te warm wordt, of de remmen niet overbelast raken, of de auto in de juiste motorsetting staat en of de batterijen voldoende zijn opgeladen. Op Verstappen.nl geeft Max Verstappen aan hoe hij deze informatie gebruikt om een andere coureur in te halen. “In China bij de inhaalactie op Ericsson had ik van tevoren mijn rembalans iets naar achteren gezet, zodat ik harder kon remmen. Dan is het een kwestie van aanvoelen dat je echt op de limiet zit. Ondertussen moest ik ook mijn batterijen gebruiken, want we kwamen topsnelheid te kort. Dan ben je dus met één hand de knop van de rembalans aan het verzetten en na de inhaalactie de instelling van de batterij weer aan het veranderen om energie te sparen. Dan rijd je dus met één hand door de bocht, maar ook daar wen je aan” . In een zeer competitieve, high performance omgeving als de Formule 1 krijg je dus geen informatie over hoe goed je presteert, maar informatie waarmee je je prestaties verder kunt verbeteren.

Dat is een volstrekt andere benadering dan de KPI (Key Performance Indicatoren)-aanpak die wij in veel organisaties tegenwoordig tegenkomen. De KPI-aanpak zou voor Verstappen beschrijven hoe snel hij minimaal geacht wordt te rijden en registreert of hij aan die doelstelling voldoet.

Maar als wij uitgaan van medewerkers in wie wij het vertrouwen hebben (gegeven) dat ze binnen hun mogelijkheden altijd zo goed mogelijk presteren, welke functie heeft een KPI-aanpak dan nog?

Het is bekend dat een KPI-gestuurde managementaanpak (ook) veel nadelen kent. Hierbij wordt vaak het zogenaamde gamen genoemd waarbij medewerkers vooral bezig zijn met hun persoonlijke bonussen en niet met het bedrijfsbelang. Maar los van deze nadelen, zou het niet veel inspirerender zijn om vanuit het vertrouwen dat medewerkers intrinsiek optimaal willen presteren, ze vooral te faciliteren in hun ambitie om nog beter, effectiever en succesvoller te worden?

Performance management zonder KPI’s! Geen gaming-praktijken waarbij medewerkers met minimale inspanning hun KPI’s realiseren en niet meer worden uitgedaagd in de vraag of en hoe het beter kan. Dat is de les die wij kunnen leren van de Formule 1 sport.

Managen zonder KPI’s vereist uiteraard wel een aantal randvoorwaarden. Het vereist in de eerste plaats gemotiveerde en zelfstandig denkende medewerkers en het vertrouwen dat iedere medewerker de ambitie heeft succesvol te willen zijn. Sturen zonder KPI’s vereist ook helderheid ten aanzien van de bijdrage die van de medewerker wordt verwacht en inzicht op welke wijze hij of zij bij kan dragen aan de groei, het succes en de continuïteit van de organisatie.

Dus managen en sturen vanuit een basis van vertrouwen en verwachtingen in plaats van een basis van controle. Sturen zonder KPI’s vergroot het ondernemerschap en gevoel van collectiviteit.

Is het te mooi om waar te zijn? Is managen zonder KPI’s alleen een theoretisch perspectief maar staan er in de praktijk wetten in de weg en praktische bezwaren?

Vertrouwen als sleutel voor succes

SeederDeBoer heeft dit principe vanaf haar oprichting toegepast. Wij geloven in de kracht van de collectiviteit en vertrouwen erop dat onze medewerkers de ambitie hebben om succesvol te willen zijn. Daarbij passen geen individuele KPI’s en bijbehorende individuele variabele salarissen of tantièmes.

Elke medewerker weet welke bijdrage en inzet wordt verwacht. Daar worden geen specifieke afspraken voor gemaakt. Wel krijgt elke medewerker uiteraard specifieke feedback over zijn functioneren en maken wij afspraken over de gewenste persoonlijke en professionele ontwikkeling van de medewerker. En mocht die ontwikkeling onverhoopt niet voltrekken zoals verwacht dan bespreken wij dit in de mentor- en beoordelingsgesprekken. De focus van sturen ligt binnen SeederDeBoer dus niet op het behalen van individuele prestaties, maar op het faciliteren van de medewerkers om succesvol te zijn in het realiseren van de ambities.

Met performance management op basis van KPI’s is niet zoveel mis, maar het is bij veel organisaties verworden tot een verplicht nummer. Misschien een goed idee om de KPI-rapportages de volgende keer eens weg te leggen en vanuit een oprecht vertrouwen de dialoog aan te gaan hoe men elkaar en de eigen organisatie beter kan maken?

Laten we dus leren van Max Verstappen die in de Formule 1 zijn ambities realiseert met informatie waarmee hij beslissingen kan nemen om zijn prestaties verder te verbeteren en niet op basis van informatie over hoe goed hij het doet.

 

Cees Schomper en Guido Kilsdonk zijn beide werkzaam bij SeederDeBoer en begeleiden organisaties in grote verander-trajecten en helpen opdrachtgevers hun ambities te realiseren.

Cees is in het verleden meerdere jaren achter de schermen professioneel actief geweest in de Formule-1 wereld.