School

Beste basisschool-directeur, heb je écht goed nagedacht over je besluit om kinderen halve dagen naar school te laten gaan?

Breg van de Geer
Managing Consultant

“Wij hebben ervoor gekozen om elk kind iedere dag te willen zien” lees ik in een brief van de directeur van de basisschool van mijn jongste dochter aan alle ouders. Dat betekent in de praktijk iedere dag een halve dag naar school volgens een wisselend schema. Op zich krijgen we dat wel georganiseerd met elkaar, maar handig is het niet. Deze blog schrijf ik niet om leerkrachten of schooldirecteuren te bashen. Ik heb respect voor de manier waarop èn de snelheid waarmee zij het basisonderwijs de afgelopen weken hebben omgevormd. Daar wil ik het niet over hebben. Ik wil het hebben over de manier waarop dit besluit ogenschijnlijk tot stand is gekomen: zonder in te voelen, of na te gaan wat dit betekent voor ouders en buitenschoolse opvang (BSO’s). En wat het effect daarvan is: BSO’s  die de opvang niet kunnen verzorgen en ouders die met hun handen in het haar zitten.

Wat is er aan de hand?

Vanaf 11 mei openen basisscholen weer hun deuren. Door de social distancing maatregelen kunnen niet alle kinderen tegelijkertijd naar school. Veel basisscholen hebben er voor gekozen om alle kinderen elke dag fysiek in de klas te willen hebben.  So far so good, zou je denken. Het gevolg van deze keuze is echter dat kinderen enkele uren tot maximaal een halve dag per dag naar school gaan. De reguliere BSO-tijden sluiten daardoor niet aan op de schooltijden, waardoor kinderen uit school niet meteen door kunnen naar de opvang. BSO’s kunnen dat gat niet opvangen, want zij mogen niet meer opvanguren aanbieden en het kind alleen opvangen op de dagen dat het normaliter ook opvang heeft. Ouders moeten zelf dus voor de opvang zorgen gedurende het ‘gat’. Helaas. Helaas, omdat het neveneffect van de schoolopenstelling, namelijk dat ouders met (jonge) kinderen weer makkelijker meer uren kunnen werken, in de prullenbak wordt gegooid.

Alle betrokkenen? Alle betrokkenen!

Als scholen het advies ‘halve klassen, hele lesdagen’ van minister Slob hadden gevolgd, kan de BSO de opvang op schooldagen volledig verzorgen en kunnen ouders die dag een volledige dag, zonder kunst- en vliegwerk, werken.  Ik geloof best dat scholen die afwijken van het advies van de minister dat doen vanuit de beste intenties voor de kinderen. Maar de groep betrokkenen in dit vraagstuk is groter dan school en kinderen. Werkende ouders en wetgeving die de BSO’s in de weg staat om meer uren aan te bieden, bijvoorbeeld. Beiden zitten nu met de handen in het haar.  Dit had voorkomen kunnen worden door de schooltijden af te stemmen op werkende ouders, de kinderopvang-wetgeving en na te gaan wat werkbaar is voor BSO’s. Is het misschien tijd om toe te geven dat de minister toch niet zo’n slecht advies gaf?

Even afstand nemen: wat is er aan de hand?

De complexiteit van het besluit ‘halve klassen, halve lesdagen’ wordt buiten de deuren van het schoolgebouw geplaatst. Daarmee wordt de situatie voor de scholen versimpeld, maar ingewikkelder gemaakt voor de andere betrokkenen. En dat is jammer, want daardoor kent de schoolopenstelling volgens het regiem ‘halve klassen, halve lesdagen’ meer verliezers dan beoogd.  Dat had voorkomen kunnen worden door het probleem vanuit alle betrokkenen te bekijken en een oplossing te bedenken die voor iedereen passend is.

Dit is één voorbeeld van een probleem waarbij de oplossing niet past bij alle betrokkenen, simpelweg omdat hun wensen niet zijn meegenomen en hun ergste pijn niet wordt onderkend. Welke voorbeelden zie jij in jouw omgeving? Waar wordt de complexiteit van de oplossing gelegd? Wat is het effect daarvan? Ik ben erg benieuwd naar jouw verhalen.

Anderen lazen ook

Cookie toestemming
We gebruiken cookies op onze website. Door verder te gaan op deze site accepteert u automatisch deze essentiële en analytische cookies.